Skip to main content

Ik wil naar Nieuw Zeeland, zonder te vliegen. Daarom ga ik nu vliegen. Wat een raar verhaal. Zeker nu ik weer op Schiphol loop, de luchthaven waar ik vorig jaar langs fietste. Wat doe ik hier?

In mijn hoofd speel ik de film nog eens af: Surfer laat alles achter. Begint aan een fietstocht met tent surfboard naar Mount Egmont, aan de andere kant van de wereld. Komt er onderweg achter dat zijn route langs de kust van Egypte en Saoedi Arabië niet mogelijk is, en belandt op de Camino Santiago. Vindt daar prachtige golven én antwoorden op sluimerende levensvragen. Besluit daarover een boek te schrijven in de Marokkaanse winterzon. Leert op de terugweg de basis van het zeezeilen, om vervolgens een nieuwe poging te doen om het Egmond-naar-Egmont avontuur zonder vliegtuig af te leggen. Er is alleen één probleem: zeilen is iets anders dan een oceaan oversteken. Hij heeft nog training nodig van een ervaren zeebonk. Na lang zoeken vindt hij zo iemand. Die ligt met zijn boot op de Azoren. En de enige manier om daar te komen is, is deze.

Behendig laveer ik door het oerwoud van rolkoffers, grondstewardessen en Tl-licht. Bij check-in balie 2 zie ik mijn laatste kans op een frisse lucht. Met twee backpacks (een van voor en een achter) glip ik de draaideur door. Buiten blijkt zelfs het laatste beetje natuur vervuild: ik word omringd door rokers.

Nu snap ik weer waarom ik zo’n hekel had aan vliegen. De benauwende trechter van kritische bagagevoorschriften, nodeloos meanderende douanerijen en smakeloze voorverpakte broodjes van 14 euro knijpt elk greintje ontspanning uit mijn lijf. Iedereen om me heen is moe, wil het liefst naar huis, of heel ver weg, maar in ieder geval niet hier zijn.

Met één backpack minder sjok ik naar Gate A16. De vrolijke pixels van ‘Ponta Delgada’ brengen wat licht in de duisternis. Ik snap niet waarom de vliegveldluxaflex op een druilerige nazomerdag dicht moet, maar besluit het net als Boeddha standvastig te ondergaan: this too shall pass.

“Ik graai in mijn broekzak. Andere broekzak.

De achterzakken misschien? De stress is gelijk terug.”

Als ik met een klik de stoelriem van mijn groene zetel vastmaak, kan ik eindelijk een beetje achteroverleunen. Het half beslagen raampje van het stijgende toestel toont de omgekeerde zeilweg die ik zal afleggen: Rotterdam, Zeeland, Zeebrugge, Calais, Normandië… Hoe zuidelijker, hoe helderder de contouren van de Europese kustlijn, die ik vorig jaar ook volgde, op een tempo 100 keer zo laag als nu.

Negen kilometer boven de Atlantische Oceaan vervliegt de vermoeidheid langzaam. Zelfs alle stress van mijn boekpresentatie en bijbehorende deadlines lijkt te verdampen in de heldere hemel. Naast me zitten Klaas en Gerdien. Ze beloven me met hun huurauto naar mijn hostel te brengen. Met een glimlach bestel ik een drankje en doe even mijn ogen dicht.

Na bijna vier uur vliegen steekt er opeens een groene piek uit de eindeloos blauwe oceaan. Het hoofdeiland Sao Miguel verwelkomt ons met een harde landing. Een half uur later zwaai ik mijn alleraardigste medepassagiers uit. Ik zie hun auto wegrijden en maak me klaar om in te checken. Ik graai in mijn broekzak. Andere broekzak. De achterzakken misschien? De stress is gelijk terug.

Waar is mijn paspoort?