“Kijk, daar zie je het nog zitten” wijst ze naar hun boeg. En inderdaad. Als ik goed kijk, zie ik inderdaad bloed. Niet van een mens, maar van iets veel groters.
Miranda begint te vertellen: “we zeilden midden in de nacht naar de Azoren, toen de grote klap kwam. Niet zoals je een dikke golf raakt, maar anders. Als zeezeiler voel je dan direct dat het mis is.”
Mark vervolgt: “en daar bleef het niet bij. We hadden hem of haar duidelijk kwaad gemaakt. We kregen nóg een enorme klap. Als wraak, leek het wel.” Miranda laat een donkere foto zien, waarop het silhouet van een walvis – ongeveer zo groot als hun 10 meter lange boot – zichtbaar is.
“Daarna begonnen de meest angstige minuten van ons leven. Wat kan je doen tegen zo’n enorm beest, midden op zee? We zijn nog nooit zo bang geweest.”
“Maar er gebeurde niets. Alleen ons roer had een flinke tik gehad. Daarom zaten we zeven weken op Santa Maria (een klein eiland aan de oostkant van de Azoren) om alles weer te maken.”
Eigenlijk zijn we te laat in het seizoen.
Tegelijkertijd voelt het totaal niet zo
Vol ongeloof kijk ik ze aan. Voor het oog zijn ze relaxed en vrolijk, terwijl ze vertellen over hun avonturen op zee. Toch lijkt er ook een soort bewustzijn in hen geslopen, dat de oceaan altijd sterker is. Dat je altijd op je hoede moet zijn, omdat niets ‘in het grote blauw’ zo voorspelbaar is als op land. Als ik – nieuwsgierig als ik ben – een beetje doorvraag naar hoe oceanen oversteken precies in zijn werk gaat, legt Hugo, de kapitein waarmee ik mee ga zeilen, uit:
“Zeilen zelf is best wel makkelijk. Je zet een koers en uiteindelijk kom je wel aan. Tenzij er iets kapot gaat”
“En er gaat altijd iets kapot” voegt zijn vriend Mark daar aan toe.
“Het moeilijkste van zeilen, is klussen. Zorgen dat je boot in zo’n conditie is, dat hij blijft varen. Daarvoor moet je handig zijn en goed kunnen improviseren. Ook midden op zee. Want de oceaan kan alles slopen”
Ademloos luister ik verder naar de verhalen. Het zal nog even duren voordat we vertrekken. Mark en Miranda naar het zuiden, Hugo en ik naar Nederland. Ex-orkaan na ex-orkaan trekt over de geplande vaarroute, waarvan we – dankzij de Portugese orka’s die sinds een paar jaar zeilboten laten zinken voor de lol – niet kunnen afwijken. Eigenlijk zijn we te laat in het seizoen. Tegelijkertijd voelt het totaal niet zo, nu we hier relaxed in korte broek en blote voeten aan de zonnige zuidkust van Sao Miguel liggen te dobberen.
Wat zou die oceaan nou helemaal kunnen slopen?
(ik alvast verklappen: een heleboel)






